Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Dalfsen

De OZB wordt geheven over de vastgestelde WOZ-waarde van objecten (woningen, bedrijfspanden etc.).

De OZB bestaat uit twee delen: het eigenarendeel en het gebruikersdeel

  • Bent u op 1 januari van een jaar eigenaar van een 'onroerende zaak'? Bijvoorbeeld een woning, een woning in aanbouw of een bedrijfspand,? Dan krijgt u in het kader van de onroerende- zaakbelasting (OZB) een aanslag eigenarenbelasting.
  • Heeft u per 1 januari een niet-woning, zoals een bedrijfspand in gebruik? Dan krijgt u van GBLT een belastingaanslag 'gebruikersbelasting OZB niet-woning'.

Het komt echter voor dat in de totale waarde van een niet-woning een woondeel aanwezig is, zoals bijvoorbeeld bij een agrarisch object

Als de waarde van dat woondeel minder dan 70% deel uitmaakt van de totale waarde, is er inderdaad sprake van een niet-woning voor de OZB. U bent echter geen gebruikersbelasting OZB voor het woondeel verschuldigd. Op het aanslagbiljet is daar rekening mee gehouden.

Grondslag onroerende zaakbelasting (OZB) is de WOZ-waarde

De grondslag voor de belastingaanslagen OZB is de vastgestelde WOZ-waarde van uw pand, zoals die staat op het gecombineerde biljet 'aanslag en waardebeschikking Wet WOZ' met waardepeildatum 1 januari.

Man staat met rug tegen woning

Gevolgen voor onroerende zaakbelasting bij verhuizing, verkoop, overlijden of een andere wijziging

De OZB wordt geheven naar de toestand op 1 januari van het belastingjaar. Verkoopt u uw pand na 1 januari? Dan heeft u geen recht op vermindering van uw belastingaanslag. De notaris verrekent bij de verkoop meestal de eigenarenbelasting met de nieuwe eigenaar. Beëindiging van het gebruik van een bedrijfsgebouw (bijvoorbeeld verhuizing) na 1 januari geeft evenmin recht op vermindering van de gebruikersbelasting.

U kunt kwijtschelding aanvragen als u de OZB niet kunt betalen.